We zijn al weer aardig gewend om iedere dag weer naar school te gaan. U heeft misschien al heel veel gehoord van uw kind, maar dit doen wij in groep 5:
We gebruiken de methode Startpunt. Deze methode heeft 3 verhalen per week over een thema. Door het thema worden de Bijbelverhalen gespiegeld naar deze tijd. We hebben dan vaak ook leuke gesprekken na de verhalen. De andere dagen beginnen we met een kringgesprek, een speelse verwerking van de verhalen en het zingen van bijbelse liedjes. Naast het lied van de maand, zingen we ook andere eigentijdse bijbelse liedjes.
De methode voor rekenen is Wereld in getallen (deel A+B) De kinderen maken 3 taken per week, waarvan 2 zelfstandige taken en 1 projecttaak. De zelfstandige taak is verdeeld over twee lesdagen. In deze taak komen nieuwe onderwerpen aan bod of wordt oude kennis herhaald. De kinderen kunnen deze stof zelfstandig verwerken. De projecttaak duurt een les en is een interactieve les, vaak in een verhaal gegoten. De onderwerpen die in een projecttaak aan bod komen zijn: meten, meetkunde, tijd en geld. Na elke 12 taken volgt er een toets. Na de toets biedt het boek herhalingstaken of verrijkingstaken aan.
De volgende onderwerpen komen in groep 5 aan bod:
De rekenles begint met een klassikale instructie, daarna gaan de kinderen zelfstandig aan het werk. Op woensdag is de projecttaak.
We gebruiken de nieuwe methode Taal in Beeld. Deze methode bestaat uit een lesboek met bijbehorend werkboek en schriftje.
De taalmethode is opgebouwd uit de domeinen: taalbeschouwing, woordenschat, spreken en luisteren en schrijven. In onze oude taalmethode werd alleen taalbeschouwing aangeboden en moesten we de andere thema's apart doen. Nu zit alles in een methode en dat is veel praktischer. Per les staat één domein centraal.
We werken in blokken aan verschillende thema's.
Per domein hebben we in groep 5 doelen die we willen behalen aan het einde van het jaar:
Na drie weken, wordt er een toets afgenomen en de vierde week wordt dan gebruikt om te herhalen als kinderen bepaalde onderdelen onvoldoende beheersen en te verrijken als de stof ruim voldoende beheerst wordt. De methode heeft aanvullende materialen om te herhalen en te verrijken, zoals de Taalmaker bak, kopieerbladen en spelletjes en bijpassend materiaal op de computer.
Spelling in beeld is eveneens nieuw en is onderdeel van de methode Taal in Beeld. De kinderen krijgen per week twee spellinglessen. Per les staat een spellingsprobleem centraal. De methode werkt met sporen. Voor elke spellingsprobleem moeten de kinderen een bepaald spoor volgen. Ze onderscheiden drie verschillende spellingsporen: klankspoor, een weetspoor en een regelspoor.
In het ringboekje staan alle regels uitgelegd en in het werkboek oefenen de kinderen met een spoor. Na 5 lessen met 5 verschillende spellingproblemen, volgt er een signaaldictee, dit is een oefendictee. Na het signaaldictee volgt er een herhalingsles en het blok wordt afgesloten met een controledictee. Het controledictee telt uiteindelijk mee als cijfer.
We beginnen de ochtend of de middag vier dagen in de week met lezen in hoeken. De kinderen zijn in groepjes verdeeld en lezen in prentenboeken, stripboeken of een gewoon leesboek. De kinderen zijn dan zelfstandig aan het lezen en zo is ook er ook tijd om andere kinderen extra te helpen met lezen.
Voor begrijpend lezen gebruiken we de methode Goed gelezen. 1 keer per week volgen de leerlingen klassikaal een les. En 1 keer per week maken ze zelfstandig een kaart uit de bak, dat noemen we een bakles. Dit zijn we al volop aan het oefenen. De kinderen leren om vooraf al naar een tekst te kijken, wat is het voor een tekst. Welke plaatjes staan erbij. Na het lezen van de tekst moeten ze vragen beantwoorden. Als extra aanvulling werken we ook met de kopieerboekjes van CITO om begrijpend lezen nog eens extra te oefenen.
Twee keer per week staat schrijven op het rooster. We volgen de methode Schrijftaal, net als in groep 3 en 4. In groep 5 maken we schrijflesjes uit alledaagse situaties. We schrijven bijvoorbeeld een kort verhaaltje, een briefje, een verlanglijstje, enzovoorts
De nadruk bij het schrijven ligt op het goed schrijven van de hoofdletters, de verbindingen tussen de letters en het vlot leren schrijven.
Ook dit jaar weer werken we voor het vak wereldoriëntatie met de methode Topondernemers. Het vak staat drie keer per week op het programma en omvat aardrijkskunde, biologie en geschiedenis. In de kaartenbakken zitten opdrachten die bij deze vakgebieden aansluiten.
De site Leerwereld vormt in principe de functie van het lesboek, maar deze informatiebron is veelzijdiger: Bij een onderwerp waar de kinderen naar op zoek zijn, zijn verwijzingen naar websites voor kinderen, naar plaatjes, naar boeken die ze op kunnen zoeken en naar filmpjes bij het onderwerp.
Vanaf groep 5 gaat het er wel iets serieuzer aan toe. De kaarten worden wat moeilijker en minder speels dan in groep 4.
Iedere 6 weken volgen we weer 1 thema.
Het vak topondernemers staat drie keer per week op het rooster:
Op dit moment zijn we volop bezig met het thema Reizen.
Naast topondernemers bieden we ook nog met een aparte methode het vak geschiedenis aan vanaf groep 5. Dit is dus nieuw voor de kinderen dit jaar. Met deze aanvulling kunnen we nog beter aan de doelstellingen voor het vak geschiedenis voldoen. De nieuwe methode is vorig jaar aangeschaft en heet Brandaan. Het is een hele leuke methode. De kinderen reizen met de jongen Brandaan door de tijd. Aan het einde van het thema krijgen de kinderen een kopieerblad met de samenvatting mee naar huis om thuis te oefenen. U kunt uw kind helpen met leren door samen vragen te bedenken bij de tekst en de antwoorden op te zoeken. Begrippen te laten uitleggen en eventueel uw kind te overhoren.
Ook een nieuw vak dit jaar is Engels. Spelenderwijs gaan de kinderen in groep 5 en 6 aan de slag met simpele Engelse woordjes en zinnen. De kinderen zijn heel enthousiast over het vak. Er wordt nog geen huiswerk meegegeven in groep 5 voor dit vak.
We gebruiken op school de verkeerkrant ‘op voeten en fietsen' voor groep 5/6. In verhaalvorm komt dan een probleem naar voren. In kringgesprekken bespreken we dit probleem en proberen we situaties na te spelen. Ook maken we gebruik van kopieerbladen om een bepaald onderwerp extra aan bod te brengen.
Door middel van kringgesprekken en de methode Beter omgaan met jezelf komen verschillende onderwerpen aan bod. Als eerste hebben we het over de regels in de loep gehad. Daarnaast komen verschillende onderwerpen aan bod zoals bijvoorbeeld iemand een complimentje geven, elkaar helpen of troosten, hoe los je een ruzie op, enz.
Dit jaar hebben we op twee momenten in de week gym. Geen zwemonderwijs meer.
Op maandag gaan we met de groep gymmen. Op maandag oefenen we vooral spelvormen.
Op woensdag gymmen we met alle kinderen van groep 5 en dan doen we vooral spelletjes met toestellen. Juf Anja en meester Willem Jan zijn er dan ook bij.
Op donderdagmiddag zijn we bezig met handvaardigheid. In deze lessen proberen we weer zoveel mogelijk technieken en materialen aan bod te laten komen.
Tijdens de tekenlessen op dinsdagmiddag proberen we ook zoveel mogelijk gevarieerde technieken en materialen te gebruiken.
Hiervoor volgen we de methode Muziek in de basisschool. Daarnaast vullen we de methode aan met eigentijdse liedjes
Bij heel veel vakken komt het woord zelfstandig werken voor. Zelfstandig werk, is het werk wat de kinderen zonder hulp kunnen maken, omdat de opdracht bekend is en de kinderen weten hoe ze de opdracht moeten maken.
Hoe werken we zelfstandig en waarom?
Na de herfstvakantie starten we in groep 5 met het werken met dag- en weektaken. Hierbij moeten de kinderen per dag of week zelfstandig aan een aantal taken werken. De taken krijgen de kinderen op een stencil en op deze dag-weektaak staat dan vermeld welk werk de kinderen zelfstandig kunnen maken. De kinderen tekenen het af als ze een taak hebben gemaakt. Als de weektaak af is kunnen de kinderen aan de klaaropdrachten werken die op het keuzebord staan.
Daarnaast staan op het bord de klassikale momenten aangegeven.Tijdens de klassikale momenten worden nieuwe dingen uitgelegd en maken we lesjes die nieuw zijn.
Het voordeel van zelfstandig werken is dat de kinderen precies weten wat er van ze verwacht wordt in een week of een aantal dagen. De kinderen worden ook veel zelfstandiger door zelf zorg te dragen dat hun werk op tijd af komt. De leerkracht heeft tijd om kinderen die zorg nodig hebben extra te begeleiden. Er ontstaat dus meer effectieve leertijd. We leren de kinderen ook steeds meer om hun eigen werk na te kijken. Zo kunnen ze hun fouten meteen verbeteren en niet een dag later pas.
Tijdens het zelfstandig werken gebruiken we het stoplicht, hierop kunnen de kinderen ook zien hoe er gewerkt moet worden:
Rood: stil en zelfstandig werken
Oranje: stil zelfstandig werken, maar je mag vragen stellen aan de juf of als het nodig is aan je buurman.
Groen: zachtjes overleggen