In elk schoolteam is minstens één leerkracht belast met de taak van de begeleiding van leerkrachten op het gebied van de leerlingenzorg. Dit houdt in dat alle activiteiten rondom de leerlingenzorg en de zorgverbreding door hem of haar gecoördineerd worden. Op PCBS de Boeg heeft Heidi Lagendijk deze taak op zich genomen.
Om deze taak steeds beter te kunnen uitvoeren worden er cursussen gevolgd en zijn er frequent vergaderingen met de C.E.D.Zuid-Holland-Zuid en intern begeleiders. Wij werken samen met de andere Protestants Christelijke Scholen in het samenwerkingsverband ‘Samen school zijn'.
In het schooljaar is er maandelijks een overleg of vergadering waarin de leerlingenzorg centraal staat. Daarin spreken we o.a. over leerlingen, zetten plannen op en ontwikkelen een steeds meer verfijnde leerlingenzorg. De intern begeleider onderhoudt verder de contacten met de begeleidende instanties. Te denken valt aan de schoolarts, logopediste, schoolmaatschappelijk werk, het C.E.D., de Riagg's, speciale basisscholen en PCL.
Het is de bedoeling dat elk kind op school zich prettig voelt en goed kan functioneren. Omdat ieder kind anders is, is de begeleiding niet altijd hetzelfde. Zolang een kind aan onze zorgen toevertrouwd wordt, proberen we op een uiterst zorgvuldige manier de mogelijkheden van uw kind te ontwikkelen. Daarbij komen we soms zaken op het spoor waarbij de ontwikkeling stagneert of juist bijzonder snel gaat. Het gaat dan om een kind met een specifiekere leerbehoefte. Op dat moment wordt zo'n leerling omringd met extra zorg. We vragen ons af welke speciale maatregelen we voor dat kind moeten treffen. Daarna wordt er een hulpplan gemaakt waarin beschreven staat hoe we dit kind willen begeleiden.
Bij alle stappen, die hierboven genoemd zijn, geldt: U wordt op de hoogte gehouden van alle extra maatregelen en de resultaten. Bij elke volgende stap wordt eerst met u overlegd en uw toestemming gevraagd.
We beschrijven welk gedrag en/of resultaten ons opvallen in de dagelijkse omgang met uw kind. Daarnaast zijn het gegevens uit toetsen, gesprekken, het werk van de leerling of anderszins.
We gaan de gesignaleerde problemen nader onderzoeken. Daartoe gebruiken we verschillende middelen die in onze orthotheek zijn opgenomen. Ook kan het zijn dat we, als u daar toestemming voor geeft, de hulp inroepen van bijvoorbeeld de schoolarts of logopediste. De diagnosefase wordt afgerond als we een duidelijk beeld hebben van de problematiek. Dan gaan we een plan maken om het kind te begeleiden.
We noteren in het hulpplan op welke manier we met het kind aan de slag gaan. In kleine stappen proberen we het kind te begeleiden wat het kind op eigen kracht niet lukte.
Na een periode van ongeveer 6 tot 8 weken controleren we in hoeverre er vooruitgang is en of dat voldoende is, rekening houdend met de mogelijkheden van het kind. Daarna wordt in een teamvergadering besloten hoe we verder gaan.
Het begeleiden van een zorgleerling kent ook zijn grenzen. Door minimaal 3x per jaar deze leerlingen te bespreken in het team waken we voor de meest optimale zorg en begeleiding. Het komt voor dat we samen niet voldoende hulp kunnen bieden. In dat geval zoeken we, met uw toestemming, contact met de schoolbegeleidingsdienst, de PCL, de schoolarts, de logopediste of andere externe deskundigen. Vaak volgt er dan nader onderzoek dat met de ouders, de leerkracht en de IB-er besproken wordt. Een advies is ook onderdeel van het onderzoeksverslag. Indien een andere vorm van onderwijs, bijvoorbeeld Speciaal Onderwijs, als advies wordt gegeven, kunnen wij als school uw kind niet verder begeleiden binnen onze mogelijkheden.
Wij houden ons dan aan het advies dat uit de onderzoeken is verkregen en vinden het dan niet meer verantwoord voor het kind, maar ook voor de andere kinderen van de groep, dat het kind bij ons op school blijft.
Het inzetten van extra hulp is niet alleen aan de orde bij lezen, rekenen en spelling. Vanaf het moment dat een kind op school komt, houden we het nauwlettend in de gaten. Over de groepen 1 en 2 wordt nogal eens gedacht, dat er alleen maar gespeeld wordt. Dat is absoluut een misverstand. In de eerste 2 groepen wordt een basis gelegd voor het verder ontwikkelen in de andere groepen.
Met name het gedrag en de werkhouding, alsook het opnemen van informatie geeft ons inzicht in het wel of niet functioneren van een kind. Ook de motorische ontwikkeling, de taal/spraakontwikkeling en de reken-wiskundige ontwikkeling verschaffen veel informatie.
Kinderen die op- en/of uitvallen signaleren we al in de groepen 1 en 2.
Als ouders zelf onderzoeken laten uitvoeren, verloopt de communicatie via de directie.
Een aantal jaren geleden ging het W.S.N.S.-proces (Weer Samen Naar School) van start. Kort samengevat wil dat zeggen dat basisscholen, in samenwerking met de Speciale scholen voor basisonderwijs, voorheen o.a. L.O.M. en M.L.K, en de C.E.D., proberen om zoveel mogelijk zorgleerlingen binnen de basisschool op te vangen. Pas als na intensief onderzoek blijkt, dat een kind echt niet op de basisschool begeleid kan worden, wordt geadviseerd om het kind naar de speciale school voor basisonderwijs te laten gaan.
De permanente commissie leerlingenzorg bestaat uit:
Hoe gaan we te werk?
Als opvang binnen de basisschool niet de gewenste resultaten geeft, of als de school geen verdere mogelijkheden voor begeleiding kan bieden, wordt de hulp van de P.C.L. ingeroepen.
Daarvoor wordt altijd de toestemming van de ouders gevraagd; zonder die toestemming kan (en mag!) de P.C.L. niets doen.
Na het verkrijgen van toestemming volgt de aanmelding:
Dit kan betekenen, dat het kind met een nieuwe aanpak gewoon verder gaat binnen de basisschool. Als er onvoldoende mogelijkheden zijn op de basisschool, wordt er gezocht naar de beste plaats voor het kind om zich verder te ontwikkelen. U als ouder wordt altijd geïnformeerd over het verloop en het advies. Dat kan zowel de groepsleerkracht als de Intern-Begeleider doen.